Amerikanen doen ook lang over hun studie
De discussie over de toekomst van het hoger onderwijs in de volgende kabinetsperiode is eergisteren geopend met een daverend lijsttrekkersdebat tijdens de introductieweken van de Universiteit Utrecht. CDA-lijsttrekker Van Haersma Buma kwam daar terug op het eerdere kabinetsbesluit om een langstudeerboete in te voeren. Daarmee is een meerderheid van de huidige Tweede Kamer nu voor afschaffing van de maatregel. Het is de vraag of nog voorkomen kan worden dat de langstudeerboete ingevoerd wordt met ingang van dit collegejaar . Studenten die meer dan een jaar vertraging hebben opgelopen tijdens hun bachelor- of masterstudie moeten dan een boete betalen van 3000 euro. Daarvoor zou de Tweede Kamer terug moeten komen van reces.
Een populair argument bij de voorstanders van de langstudeerboete is dat langstuderen een typisch Nederlands verschijnsel is. Zo stelde Drs. Postema, vicevoorzitter universiteit Maastricht, recent dat “de trage student typisch Nederland is”. Voorstanders van de boete wijzen vaak naar de Amerikaanse universiteiten, een verwijzing die oneerlijk is en bovenal mank gaat.
In de Verenigde Staten zijn studies veel breder ingericht. Hierdoor is het mogelijk om gedurende een studie van afstudeerrichting te veranderen zonder studievertraging op te lopen. Sterker nog het is in de Verenigde Staten mogelijk om je in te schrijven zónder een studierichting. Deze zogenaamde ‘undeclared’ studenten hoeven pas in hun derde studiejaar hun richting te kiezen en kunnen de eerste twee collegejaren dus onmogelijk studievertraging oplopen door een verkeerd gekozen studierichting.
In Nederland is dit ondenkbaar waardoor het wisselen van studierichting meestal resulteert in een verloren jaar voor de student. Aleen al op de TU Delft lopen hierdoor 450 studenten in het eerste studiejaar studievertraging op. Dit is achtentachtig procent van alle uitvallers in het eerste jaar in Delft.
Het vergelijken van studieduur van studenten op de Amerikaanse en Nederlandse universiteiten is hierdoor hetzelfde als een snelheidsvergelijking tussen een luipaard en een leeuw en vervolgens concluderen dat de leeuw een te langzaam roofdier is.
Zelfs als we deze foute vergelijking aan zouden houden klopt het geschetste beeld van de Amerikaanse student niet. Amerikaanse studenten die hun Master halen, zouden volgens hun Nederlandse supporters allemaal zonder vertraging afstuderen. Hierdoor zouden ze eerder op de arbeidsmarkt komen en zou het voor Amerikaanse professoren onbegrijpelijk zijn dat Nederlandse studenten er langer dan 3 jaar over doen.
De jongste cijfers van de federale overheid in de Verenigde Staten spreken dit beeld echter tegen. Gemiddeld studeert 31 procent van de Amerikaanse studenten op een publieke universiteit en 52 procent van de studenten op een privé universiteit keurig op tijd af. Ruim tweederde van de studenten op een publieke universiteit is dus een langstudeerder. Sterker nog, langer studeren dan vier jaar is zo normaal op de Amerikaanse campussen dat deze groep studenten een eigen Geuzennaam heeft gekregen: ’super-seniors‘ (The Washington Post, 2 juni 2012.) Een stuk flatteuzer dan het Nederlandse ‘langstudeerders’.
De discussie die deze verkiezingsperiode weer gaat oplaaien over de richting die het hoger onderwijs in de komende jaren op moet gaan, om de kosten in de hand te houden, zal ook dit keer weer over de studieduur van de Nederlandse student gaan. Laten we hopen dat de nationale discussie deze keer niet verzandt in langstudeer leugens.
Joost Verhoeks
Commissaris onderwijs bij de Vereniging voor Studie- & Studentenbelangen te Delft
Zoals gepubliceerd in Trouw 16-08-2012



LAATSTE NIEUWS