Hoofdpagina arrow Informatie arrow Poensite arrow Hoger Onderwijs arrow Terugbetalen studieschuld
Terugbetalen studieschuld

Terugbetalen studieschuld

Je kunt op verschillende manieren een schuld bij de IB-Groep krijgen. Bijvoorbeeld doordat je je prestatienorm niet hebt gehaald. Of doordat je zelf bij de IB-Groep een maandelijks leenbedrag hebt aangevraagd om van rond te komen.

De schulden worden ingedeeld in twee categorieën: de kortlopende en de langlopende schulden.

1   Kortlopende schulden

In tegenstelling tot de langlopende schulden die later aan de orde komen, worden kortlopende schulden op korte termijn geïnd, dus bijvoorbeeld terwijl je nog studiefinanciering ontvangt.

1.1   Hoe kom je aan een kortlopende schuld?

Tot de kortlopende schulden behoren:

  • Teveel uitgekeerde studiefinanciering (bijvoorbeeld teveel aanvullende beurs of onterecht ontvangen basisbeurs);
  • Onterecht bezit OV-studentenkaart.
1.2   Aankondiging Kortlopende schuld

Je krijgt een "Bericht Studiefinanciering" waarop staat hoeveel geld je had behoren te krijgen en wat je schuld is. Tevens maakt de IB-Groep dan bekend op welke wijze ze dit bedrag op jou wil verhalen.

Je kunt daar binnen zes weken na dagtekening bezwaar tegen maken. Let op! Door bezwaar aan te tekenen, schort je de betalingsverplichting niet op!

1.3   Volgorde van schuldbetaling

Met de kortlopende schuld die je hebt opgebouwd bij de IB-Groep gebeurt achtereenvolgens het volgende:

  1. De kortlopende schulden worden eerst met je studiefinanciering verrekend.
  2. Vervolgens krijg je een acceptgiro voor het resterende bedrag als je studiefinanciering is gestopt en de IB-Groep jouw kortlopende schuld niet meer met de studiefinanciering die je maandelijks ontvangt kan verrekenen.
  3. Als je binnen twee weken na aankomst van de acceptgiro niet betaalt, wordt de kortlopende schuld omgezet in een langlopende schuld en eventueel opgeteld bij de langlopende schuld als je deze al had. Dit geldt niet voor OVstudentenkaartboetes!
1.4   Verrekening van de kortlopende schuld met de studiefinanciering

Kortlopende schuld wordt verrekend met de nog uit te betalen studiefinanciering. Je krijgt dan elke maand maximaal €135,- minder op je rekening gestort dan normaal. Als je beurs maandelijks minder bedraagt dan die €135,- krijg je niets meer, totdat je schuld is afgelost. Je OV-kaart mag je in die tijd nog wel houden, je hebt immers wel recht op studiefinanciering.

Tevens mag je, als je nog niet maximaal leent, bijlenen als je vindt dat je, na de maandelijkse aftrek, te weinig per maand overhoudt om van rond te komen. Impliciet zet je daarmee je kortlopende schuld om in een langlopende.

1.5   Afbetaling kortlopende OV-schuld

Aangezien je schuld voor onterecht OV-studentenkaartbezit niet wordt omgezet in een langlopende schuld, zul je die schuld zo snel mogelijk moeten afbetalen. Als je zonder studiefinanciering zit, is er niets meer te verrekenen en zul je moeten gaan afbetalen.

Als je geen studiefinanciering meer krijgt, maar nog wel een OV-studentenkaartschuld hebt, krijg je een acceptgiro met daarop een uiterste betalingsdatum. Als je niet op tijd betaalt of geen betalingsregeling hebt getroffen, krijg je twee aanmaningen. Betaal je dan nog niet op tijd, dan wordt de deurwaarder ingeschakeld. Reageer dus op de acceptgiro!

Betalingsregeling

In de regeling voor kortlopende schulden voor onterecht OV-studentenkaart bezit, bestaat er een mogelijkheid om in maandelijkse termijnen terug te betalen. Aan de betalingsregeling zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • per maand betaal je €135,- of €45,-;
  • er geldt een (wettelijke) rente van 4% (sinds 2004);
  • de IB-Groep wordt gemachtigd de maandelijkse bedragen automatisch af te schrijven.

Als het automatische incasso een maand niet mogelijk is, krijg je een herinneringsacceptgiro waarmee je zelf het bedrag moet betalen. Betaal je niet voor de vervaldatum, dan vervalt de betalingsregeling. Je moet dan de hele restantschuld in één keer terugbetalen.

Minimale maandelijkse afbetaling

De IB-Groep gaat ervan uit dat je elke maand €135,- (2007) terugbetaalt via een automatische incasso. Dit maandelijks terugbetalingsbedrag kan ook lager. Als je aangeeft slechts €45,- (het minimum bedrag) te willen betalen, betaal je automatisch dat bedrag. Je betaalt dan langer terug dus uiteindelijk meer rente!

 

2   Langlopende schulden

Langlopende schulden zijn de schulden bestaand uit rentedragende leningen en leningen veroorzaakt door het niet halen van de prestatienorm. Ook kan het een kortlopende schuld zijn die is omgezet in een langlopende schuld.

2.1   Hoe kom je aan een langlopende schuld?

Er zijn vier manieren om een langlopende schuld op te lopen:

  • Je hebt naast je basisbeurs en eventuele aanvullende beurs een extra lening aangevraagd.
  • Je bent in het (M)BO langer dan vijf weken ongeoorloofd afwezig geweest.
  • Een kortlopende schuld is omgezet in een langlopende schuld.
  • Je hebt de prestatienorm niet gehaald, oftewel binnen tien jaar nadat je voor het eerst studiefinanciering hebt gekregen je diploma niet gehaald. De ontvangen basisbeurs en aanvullende beurs voor de maanden waar het om draait, wordt een langlopende schuld (met uitzondering van de aanvullende beurs van het eerste studiejaar, deze is altijd een gift).
2.2   Renteberekening langlopende schuld

Alle langlopende schulden worden door de IB-Groep gezien als rentedragende leningen. Je hebt dus een studieschuld die je als lening aflost.

Over een lening die je na januari 1992 hebt ontvangen, begint de rente te lopen op de eerste dag van de maand na het ontvangen van de lening.

Als je nog studeert, wordt de hoogte van de rente over die leningen ieder jaar opnieuw bepaald. Dat rentepercentage geldt voor al je schuld op dat moment, dus over het gehele schuldsaldo (inclusief de rente) van de lening die je na januari 1992 ontvangen hebt.

Als je stopt met studeren, wordt iedere vijf jaar het rentepercentage opnieuw vastgezet op het dan geldende rentepercentage. Het rentepercentage dat voor de eerste vijf jaar geldt, is het percentage dat in november van het jaar waarin je stopt wordt vastgesteld. In 2009 is dit rentepercentage gelijk aan 3,58%.

 

3   Aflossing langlopende schuld

Het aflossen van langlopende schulden begint met een aanloopfase en sluit af met een aflosfase. Hoe dat precies in zijn werk gaat, staat in de volgende paragrafen.

3.1   Aanloopfase

Je bent afgestudeerd en vervolgens zet je je studiefinanciering stop of je stopt zomaar ergens met je studie (wellicht tijdelijk). Dan begint op 1 januari volgend op de datum waarop je met je studie bent gestopt de aanlooptijd van twee jaar. In deze periode ben je nog niet verplicht de schuld af te lossen. Wel is vanaf 1 januari het rentepercentage (van november eraan voorafgaand) over je langlopende schuld voor vijf jaar vastgelegd. Deze rente loopt gewoon door.

3.2   Aflosfase

De aflosfase begint direct na de aanloopfase. De aflosfase duurt maximaal vijftien jaar (180 maanden). De minimale aflossing per maand bedraagt €45,41. Mocht daarmee je schuld niet in vijftien jaar afgelost zijn, dan wordt bepaald wat je maandelijks moet gaan betalen om wel binnen vijftien jaar je schuld te hebben afbetaald. De termijn wordt zodanig vastgesteld dat je na vijftien jaar precies de hele schuld inclusief rente hebt afbetaald, volgens dezelfde methode als bij hypotheken wordt gebruikt. Dit gaat alleen niet op als je, volgens de wet, te weinig inkomen hebt om hieraan te voldoen. In dat geval mag je betalen naar draagkracht.

3.3   Na vijftien jaar

Wanneer de ex-student (inmiddels dus debiteur) één of meer jaren gebruik gemaakt heeft van draagkrachtmeting, is het mogelijk dat de schuld na vijftien jaar nog niet geheel afgelost is. Het restant kan dan kwijtgescholden worden.

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

  • Als de ex-student een partner had en het inkomen van deze bij het berekenen van de draagkrachtmeting buiten beschouwing is gelaten, wordt de termijn van vijftien jaar voor ieder jaar waarin dat het geval was met een jaar verlengd.
  • Achterstallige termijnen worden niet kwijtgescholden.
3.4   Rente

De rente die je moet betalen in de aflosperiode begint al te lopen op het moment dat de aanloopfase begint en staat dan vast. Deze rente wordt dan gelijk vastgesteld voor vijf jaar. Dit is nog afgezien van de eventuele renteopbouw van voor de aanloopfase. Na de vijf-jarentermijn wordt de rente opnieuw voor vijf jaar vastgelegd.

Bij het afbetalen betaal je zowel rente als schuld af. De betaalde rente was slechts tot januari 2001 aftrekbaar van de belasting. Vanaf dat jaar zijn de rentepercentages verlaagd om dit te compenseren.

3.5   Hoe betalen?

Termijnen kunnen betaald worden per acceptgiro of via automatische incasso. In het laatste geval machtig je de IB-Groep het bedrag van je rekening af te schrijven. Bij een automatische incasso krijg je €0,77 korting per maand. Heb je een maand na ontvangst van de acceptgiro nog niet betaald of is het automatische incasso niet gelukt, dan krijg je twee aanmaningen en daarna de deurwaarder.

Wanneer je in het buitenland woont, mag je per jaar betalen. Dit is echter niet verplicht. Als je nog een rekening in Nederland hebt, kun je vanaf die rekening ook maandelijks betalen. Als je per jaar betaalt en als op 31 december de jaarbetaling nog niet betaald is, krijg je een aanmaning. Deze moet dan binnen een maand betaald zijn.

Betaal je niet, dan probeert de IB-Groep via een deurwaarderskantoor de schuld te innen. Lukt dat niet dan neemt de IB-Groep op den duur contact op met het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dan krijg je voorlopig geen nieuw paspoort meer en kun je moeilijkheden krijgen bij het passeren van de douane. Buitenlandse debiteuren kunnen vragen stellen via Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spam bots, u heeft Javascript nodig om het te bekijken .

3.6   Draagkracht

Als het inkomen te laag is om de termijn te betalen, dan kan naar draagkracht betaald worden. Betaling volgens draagkracht betekent dat je een, voor jouw inkomen, "redelijke bijdrage" betaalt. Hoe dat gaat kun je hieronder lezen in bepaling daadkracht

 

4   Onderbreken van je studiefinanciering met een schuld

Het is heel goed mogelijk dat je een tijdje je studiefinanciering stop wilt zetten.

Mogelijke redenen kunnen zijn:

  • Je schrijft je voor een jaar in als extraneus of je ontvangt een bestuursbeurs. Je staat dan anders dan als "student" ingeschreven. Je valt dan buiten de WSF en hebt geen recht meer op studiefinanciering.
  • Je wilt er een tijdje tussenuit om te gaan reizen of te gaan werken.

Na dat jaar of na die periode vraag je gewoon weer studiefinanciering aan.

4.1   Maar je hebt al een schuld...

Als je al geld had geleend bij de IB-Groep, een prestatiebeursschuld had of op een andere manier geld moest terugbetalen aan de IB-Groep, moet je rekening houden met de afbetalingsprocedure.

De aanloopfase begint op de eerstvolgende 1 januari na het tijdstip dat je voor de WSF geen studerende meer bent. Dat is dus vanaf het moment dat je geen aanspraak meer zou kunnen maken op studiefinanciering. Vanaf dat moment is ook de rente voor vijf jaar vastgesteld.

4.2   Weer beginnen met studeren, met studiefinanciering

Op het moment dat je weer met studeren begint, stopt de aanloopfase (of de eventueel al begonnen aflosfase) en stopt dus de afbetaling van je "oude schuld". Je moet dan niet alleen een "Wijzigingsformulier Student (Ws)" invullen om weer studiefinanciering aan te vragen, maar ook een "Wijzigingsformulier Debiteur (WD)".

Als je vanaf dat moment gaat lenen of een deel van je beurs wordt (of blijft) een lening, dan wordt dit gewoon een nieuwe schuld. De "nieuwe schuld" heeft een eigen aanloopfase, een eigen aflosfase en de vaststelling van het rentepercentage staat los van de "oude schuld". De "oude schuld" kan niet bij de "nieuwe" worden opgeteld. Er is dan dus sprake van twee schuldstromen.

Het kan dus zijn dat je je prestatielening al moet gaan aflossen voordat de tienjarentermijn verstreken is. Haal je na de onderbreking alsnog je diploma, dan krijg je de eventueel afgeloste lening natuurlijk terug als gift.

4.3   Nogmaals (definitief?) stoppen met studiefinanciering

Als je nogmaals (en definitief?) stopt met studeren en je studiefinanciering stopzet, of als je geen recht meer hebt op studiefinanciering, begint de aanloopfase opnieuw. De aflosfase van je "oude schuld" begint eerder omdat je al een deel van deze tijd hebt "opgebruikt" (of je begint gelijk met afbetalen als je voor je "oude schuld" al in de aflosfase zat).

De aanloopfase voor de "nieuwe schuld" begint op 1 januari nadat je recht op studiefinanciering (definitief) is gestopt.

 

5   Bepaling draagkracht

Wanneer je wilt dat er bij je terugbetaling rekening gehouden wordt met je (lage) inkomen, dan kun je bij de IB-Groep een draagkrachtmeting aanvragen. Je betaalt dan zoveel als de overheid redelijk vindt. Voor alleenstaande minima die op bijstandsniveau zitten, bestaat er een uitzondering. Alleenstaanden met een inkomen dat lager is dan de hoogste uitkering voor een alleenstaande met daarop een opslag van 5% hoeven niets te betalen.

5.1   Aanvragen

Je kunt een formulier voor draagkrachtmeting aanvragen met een "Wijzigingsformulier Debiteur (WD)" of je kunt direct een draagkrachtmetingsformulier aanvragen, via www.ib-groep.nl of bel voor het formulier draagkrachtmeting de IB-Groep: 050-5997755

Let op! Doe dit zo snel mogelijk (wettelijk gezien moet dit vóór 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar), want draagkrachtmeting wordt niet met terugwerkende kracht toegekend. Termijnen die vóór de ingangsdatum van de nieuwe draagkracht al betaald hadden moeten zijn, worden er niet in meegenomen. Als je van de draagkrachtmeting gebruik maakt, krijg je voor het volgende jaar een overzicht met de relevante gegevens. Je hoeft daar alleen op te reageren indien er iets in je situatie gewijzigd is.

5.2   Draagkracht met partner

Als je een draagkrachtmeting hebt aangevraagd, houdt de IB-Groep ook rekening met de draagkracht van de partner (als je dat wil). Deze dient afzonderlijk te worden berekend en te worden opgeteld bij je eigen draagkracht.

Als de draagkracht van je partner samen met jouw eigen draagkracht, groter is dan het geldende minimumbedrag, dan moet alsnog de eerder vastgestelde maandelijkse termijn worden betaald met behulp van je partner.

Heb je een partner die ook een studieschuld terugbetaalt, dan wordt de draagkracht van je partner eerst gebruikt om zijn of haar eigen termijn te betalen. Wat er nog overblijft van de draagkracht van je partner wordt bij jouw draagkracht opgeteld.

Je kan het inkomen van de partner ook niet mee laten tellen. Dat moet je ieder jaar opnieuw aangeven. De aflosfase wordt dan ieder jaar standaard verlengd met één jaar, ook als je zelf naar eigen draagkracht betaalt.

De berekening van de draagkracht is niet eenvoudig. Het is altijd mogelijk de IB-Groep te vragen om de draagkracht voor je uit te rekenen, maar het kan ook erg handig op de internetpagina van de IB-Groep.

 

6   Vervroegd aflossen

6.1   Aflossen terwijl je nog studiefinanciering ontvangt

Wanneer je nog studiefinanciering ontvangt en je wilt je studieschuld al (gedeeltelijk) aflossen, dan kan dat. Soms bestaat je schuld uit meerdere delen, afhankelijk van het feit of je je studie één of enkele keren hebt onderbroken.

6.2   Meerdere schuldonderdelen: wat betaal je eerst?

Om het minst terug te hoeven betalen, is het verstandig eerst de studieschuld terug te betalen waar de rente al over loopt of waarvoor de hoogste rente geldt. Bij een servicekantoor kun je opvragen uit welke delen je schuld bestaat en hoe groot elk deel op dat moment is.

6.3   Hoe betaal je?

Elk gedeelte van de schuld heeft ter onderscheiding een aparte code, die je bij het aflossen moet vermelden. Het daadwerkelijke aflossen doe je door geld over te maken naar rekening: 19.23.21.900 ten name van: IB-Groep te Groningen onder vermelding van: je correspondentienummer met daarachter de juiste code!

De juiste code staat op het bericht; anders kun je deze opvragen bij de IB-Groep. Doe dit vooral omdat een storting zonder code of met de verkeerde code vervelende gevolgen kan hebben. Op het moment dat je bekend bent bij deze afdeling krijg je een "Terugbetalen Leningen-formulier" toegestuurd, waarmee je je aflossing kan afhandelen.

6.4   Ontlopen renteberekening

Het kan zijn dat je achteraf toch geen lening had willen nemen. Om te zorgen dat je geen rente hoeft te betalen over een lening, moet je hem meteen in dezelfde maand nog terugstorten. Dit betekent dat je na ontvangst nog zo'n zes dagen hebt, aangezien je je studiefinanciering pas omstreeks de 24e ontvangt. Stort je hem te laat terug, dan moet je rekening houden met rente.

Als je in de eerste week van de maand naar een servicekantoor gaat, kun je het bedrag aan lening nog over diezelfde maand verlagen! Wil je je lening verhogen, moet dat voor de eerste van de maand waarin je de verhoging wilt.

6.5   Extra aflossingen in de aanloop- of aflosfase

Als je al in de aanloopfase zit of zelfs als je in de aflosfase zit, kun je extra aflossen om

eerder van je schuld af te zijn. Je schuld kan ondertussen bestaan uit een aantal gedeeltes, waarvan je als eerste de "zwaarste" schuld met de hoogste rente zult willen aflossen.

Let op: een extra aflossing vervangt niet de maandelijkse termijn die je moet betalen.

Tevens kunnen betalingstermijnen niet vooruitbetaald worden. Betaal je bijvoorbeeld in juli twee keer het termijnbedrag, dan wordt het tweede deel van de betaling als extra aflossing gezien en moet je nog steeds de termijn voor augustus betalen.

Als laatste moet je weten dat, als je eenmaal een vervroegde aflossing hebt gedaan en je wilt deze achteraf ongedaan maken (omdat je het geld nodig hebt of iets dergelijks), dit absoluut onmogelijk is, tenzij je door deze vervroegde aflossing eerder een beroep moet doen op een sociale uitkering. De sociale dienst regelt dit dan verder.

 

7   Achterstallige betalingen en de deurwaarder

7.1   Achterstallige schuld

Als je je maandelijkse termijn of een kortlopende schuld voor onterecht OV-kaartbezit niet op tijd betaalt, ontstaat er een achterstallige schuld waarover een hogere (wettelijke) rente berekend wordt. Bovendien is over de betaling van achterstallige schuld geen draagkrachtmeting mogelijk en wordt deze schuld nooit kwijtgescholden. Er wordt in zo'n geval een aanmaning met een acceptgiro gestuurd. Op de aanmaningen staat een uiterste betaaldatum vermeld. Heb je na twee aanmaningen nog niet betaald, dan gaat de vordering naar de deurwaarder.

7.2   Het Deurwaarderstraject (DWT)

Is het bedrag op de aanmaning niet vóór de uiterste datum op de rekening van de IBGroep bijgeschreven, dan wordt dit een achterstallige schuld genoemd en overgedragen aan een deurwaarder. Deze is dan verantwoordelijk voor het innen van de betaling. De kosten hiervan moet jij betalen en die kunnen nogal oplopen. Deze kosten bestaan uit de al genoemde wettelijke rente, maar ook de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten (kosten die de deurwaarder maakt)!

Als je betaald hebt voordat de deurwaarder met een dwangbevel op je stoep staat, hoef je de kosten van de deurwaarder niet te betalen. Zorg dus dat je zo snel mogelijk betaalt! Je mag geen dwangbevel krijgen (met de daaraan verbonden kosten) als je niet eerst een aanmaning hebt gehad.

De deurwaarder is verplicht je een betalingsregeling aan te bieden. Als je weigert te betalen, heeft de deurwaarder het recht beslag te leggen op je spullen en op je inkomen. Heb je een reden om de achterstallige schuld niet of niet geheel te voldoen dan kun je, binnen 28 dagen nadat je het dwangbevel van de deurwaarder hebt ontvangen, de staat dagvaarden bij de kantonrechter.

7.3   Bezwaar aantekenen

Ben je het niet eens met een bericht van de IB-Groep waarin bijvoorbeeld het ontstaan van een schuld gemeld wordt, dan kun je bezwaar aantekenen. Let op! Dit betekent niet dat je uitstel van betaling krijgt! Je moet de deurwaarder toch betalen. Als je gelijk krijgt, krijg je het bedrag later terug.

Als je bezwaar aantekent, doe je dat tegen een bericht waarin het ontstaan van de schuld vermeld staat, niet tegen een acceptgiro of een schuldoverzicht.

 

8   Kwijtscheldingsregeling aanvullende beurs

Bij de inwerkingtreding van de WSF2000 is in het daarbij behorend besluit (BSF2000) een hoofdstuk opgenomen met betrekking tot de kwijtschelding van de schuld over de aanvullende beurs. Het gaat hierbij om een aanvullende beurs welke, ten gevolge van het niet-voldoen aan de prestatiebeursnorm niet in gift is omgezet. In beginsel gaat het dan dus om een lening.

8.1   Waarom een kwijtscheldingsregeling?

De kwijtscheldingsregeling is helemaal nieuw. De regeling vloeit voort uit de WSF2000. Met ingang van de Wet studiefinanciering 2000 betaalt de IB-Groep de aanvullende beurs over de eerste twaalf maanden als gift uit, ongeacht de prestaties van de student.

Bij de behandeling van het wetsvoorstel is destijds een amendement aangenomen. Strekking van dit amendement is om het gedeelte van de aanvullende beurs ook over de andere jaren als lening kwijt te schelden aan studenten van wie de aanvullende beurs niet is omgezet in een gift.

Door de aanvullende beurs ook na het eerste jaar kwijt te schelden zullen studenten mét en studenten zonder aanvullende beurs op het moment van terugbetalen dezelfde studieschuld hebben. Dat is de achterliggende gedachte van deze kwijtscheldingsregeling. Of de aanvullende beurs daadwerkelijk kwijtgescholden kan worden is afhankelijk van het inkomen van de klant en diens eventuele partner. Omdat de regeling in 2000 is ingevoerd en de aanvullende beurs over de eerste twaalf maanden buiten het prestatiebeursregime valt beperkt de mogelijkheid tot kwijtschelding zich tot de aanvullende beurs toegekend vanaf september 2001. De eerste studenten die hiervoor in aanmerking komen zullen hierover begin 2006 worden geïnformeerd middels een informatiepakket.

 
< Vorige   Volgende >
© 2010 Vereniging voor Studie en Studentenbelangen te Delft, Leeghwaterstraat 42
Statuten en Reglementen van de VSSD
KvK-nummer: 27216380
De VSSD is aangesloten bij de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) en het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)