Bijna de helft van de studenten leent, gemiddeld bijna 400
euro per maand. Van de eerstejaars studenten heeft een kwart al een
rentedragende lening aangevraagd (startjaar 2009) en maakt één op de
drie gebruik van het collegegeldkrediet. Dit blijkt uit onderzoek naar
het leengedrag van studenten van het Nibud, Nationaal Instituut voor
Budgetvoorlichting. Een eerstejaars student leent gemiddeld 320 euro
per maand en heeft zo na 4 jaar een studieschuld van minimaal 15.360
euro (excl. rente). Vorig jaar was de gemiddelde studieschuld volgens
de Dienst Uitvoering Onderwijs (voorheen IB-Groep) nog 12.523 euro
(incl. rente). Nibud maakt zich zorgen om deze grote stijging en zet in
op bewuster lenen met de nieuwe Studieleenwijzer.
Roodstand belangrijkste schuld naast studielening
De studielening is de belangrijkste lening die studenten hebben. 16%
heeft daarnaast nog 1 of meer andere leningen. Roodstand is daar de
belangrijkste van. Van alle studenten staat 19% regelmatig of altijd
rood, met een gemiddeld bedrag van 652 euro. Van de studenten is 17% in
het bezit van een creditcard.
De gemiddelde schuld van studenten
die in 2008 hun studie hebben beëindigd, was in januari 2009 ruim
12.500 euro (incl. rente), terwijl dat 4 jaar eerder nog net geen
10.000 euro (incl. rente) was, aldus de Dienst Uitvoering Onderwijs
(DUO, 2009). Het Nibud ziet dat deze trend zich voortzet en maakt zich
zorgen: uit het onderzoek blijkt dat de te verwachten schuld van de
huidige eerstejaars studenten minimaal 15.360 euro is. De rente over
dit bedrag komt er dan nog bij.
Kennis over studielening ontbreekt
Het merendeel van de studenten (60%) zegt goed met zijn geld om te
gaan en houdt overzicht over zijn inkomsten en uitgaven. Maar studenten
blijken niet goed op de hoogte te zijn van de studieleenvoorwaarden van
DUO. Slechts 45 procent van de respondenten wist dat zij ook tijdens
hun studie al rente betalen over hun lening bij DUO. Daarnaast heeft
een kwart ook geen idee hoeveel rente ze over hun studielening betaalt
(in 2009 3,58 procent) en 7 procent zegt zelfs dat je helemaal geen
rente betaalt.
De belangrijkste reden waarom studenten lenen is
dat hun ouders hen financieel niet of te weinig kunnen ondersteunen,
maar ook omdat zij ‘gewoon’ geld tekort komen. Nibud denkt dat dit
laatste vooral wordt beïnvloed door hun levensstandaard. Ruim een kwart
van de studenten geeft namelijk aan te lenen om relaxed de studietijd
door te komen. Studenten die niet lenen zijn voornamelijk bang om grote
schulden te maken of dat zij de schuld straks niet kunnen terugbetalen.
Uit het onderzoek blijkt dat de mening van ouders hierin een
belangrijke rol speelt.
Lenen als investering in toekomst
Het Nibud vindt het belangrijk dat studenten verantwoorde keuzes
maken met betrekking tot hun geld. Als ze weloverwogen voor een lening
kiezen, hoeft dat helemaal geen probleem te zijn. Studeren is tenslotte
een investering in je toekomst, en als daar (tijdelijk) een lening voor
nodig is, moet dat in principe mogelijk zijn. Relaxed kunnen studeren,
moet daarbij niet het uitgangspunt zijn. Studenten realiseren zich
misschien niet voldoende dat ze hiermee een schuld opbouwen die ze na
hun studie terug moeten betalen. Vaak wordt daar makkelijk over gedacht
en gaan ze er vanuit dat terugbetalen eenvoudig zal zijn als ze eenmaal
een goede baan hebben. Nibud vreest dat die last zwaarder kan zijn dan
ze denken, bijvoorbeeld als blijkt dat ze door de studieschuld een
lagere hypotheek kunnen krijgen.
Wijzer in geldzaken met de Studieleenwijzer
Om studenten meer bewust te maken van de consequenties van hun leengedrag, heeft het Nibud de Studieleenwijzer ontwikkeld.
Deze rekentool helpt studenten te berekenen hoeveel zij per maand
moeten gaan aflossen. Dit resultaat wordt gekoppeld aan een
voorbeeldbegroting. Zo zien studenten niet alleen hoeveel zij moeten
aflossen, maar ook met welke vaste lasten zij als starter te maken
krijgen en hoeveel zij van hun startsalaris overhouden. Het Nibud hoopt
dat de Studieleenwijzer studenten zal helpen bij de overweging wel of
niet te lenen en bij het kiezen van het leenbedrag.
Achtergronden bij het onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd onder studenten in het beroeps- en hoger
onderwijs, in de leeftijd van 16 tot en met 29 jaar. Gedurende de
maanden augustus en september 2009 konden de respondenten de
vragenlijst online invullen via de website en nieuwsbrief van de DUO,
Bijbanen.nl, Kamerlink.nl, Studenten.net, de LSVb, SUM en via het Nibud
zelf. Dit resulteerde uiteindelijk in 2.122 compleet ingevulde
vragenlijsten. De resultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd en
opleidingsniveau.
Het onderzoek en de Studieleenwijzer zijn tot stand gekomen met financiering van het Platform CentiQ, Wijzer in geldzaken.
Voor meer informatie over geld en studeren kun je terecht op de Poensite van de VSSD
|